Bewust maar niet perfect: mama Evelien leerde zichzelf voorbij het lastige gedrag van haar zoon kijken en ontdekte haar ware mama-magie

In de reeks ‘bewust maar niet perfect’ vertelt mama Evelien vandaag haar verhaal. Net zoals ze leerde in de pedagogie, probeerde Evelien haar zoon op te voeden met straffen en belonen. Maar dat draaide niet uit zoals verwacht. In de diepste put leerde ze dat het ook anders kon en dat verbinding de sleutel is. Ze ontdekte stilaan haar mama-magie. Raak betoverd door haar verhaal ❤

Volg Evelien op Mamamagie


Als pedagogen mama worden…

Als prille twintiger studeerde ik pedagogie. Heel wat jaren later werd ik mama. En wat bleek? Ik had er ofwel niets van begrepen, ofwel was alles wat ik had geleerd nogal waardeloos. Of toch voor de opvoeding van míjn kind. De handleiding die ik had gekregen tijdens mijn studies, bleek niet de handleiding te zijn die ik nodig had voor mijn bijzonder, gevoelig en getalenteerd kind.  

Dat was, op zijn zachtst uitgedrukt, nogal confronterend.

Wat ik me niet herinnerde over Maslow.

Ongetwijfeld leerde ik tijdens mijn opleiding de leerfasen van Maslow. Ik volgde immers binnen de pedagogiek de afstudeerrichting onderwijspedagogiek. Ik moet bekennen dat het me tot voor kort niets zei, de leerfasen die hij omschrijft:

  • De onbewust onbekwame fase: je beseft niet dat je iets niet kan.
  • De bewust onbekwame fase: je begrijpt dat je iets niet kan en je wil het leren.
  • De bewust bekwame fase: je leert beetje bij beetje de nieuwe vaardigheid, maar dat kost nog veel inspanning en vraagt training.
  • De onbewust bekwame fase: je hebt de nieuwe vaardigheid onder de knie en de toepassing vraag geen moeite meer. Het gaat vanzelf.

Eerlijk? Alles wat ik me tot ongeveer een jaar geleden van Maslow herinnerde uit mijn studententijd, was zijn behoeftenpiramide. Het was maar op het moment dat ik als mama tot mijn eigen verbazing doorheen deze leerfasen duikelde, dat ik uiteindelijk begreep wat groeien is. En welk prachtig en krachtig proces het is.

Ik deel graag mijn verhaal.

De onbewust onbekwame fase: het eerste levensjaar.

Toen ik zwanger was van mijn eerste zoon, ging ik ervan uit dat het wel zou ‘loslopen’. Bij vriendinnen leek het ouderschap ook over een leien dakje te gaan. Bovendien was ik tot op dat moment niet onsuccesvol geweest in mijn leven. Ik had behoorlijke jobs gedaan, was getrouwd met mijn allerbeste vriend en jeugdliefde en vriendschappen, hobby’s en vrijwillige engagementen kleurden mijn vrije tijd. 

En wat stelde ik vast na de geboorte van die prachtige baby, die ik mijn kind mocht noemen? Het liep ook los. Vanaf de eerste minuut dat hij in mijn leven kwam voelde ik een liefde en, waarvan ik niet wist dat ik ertoe in staat was. Mijn kindje, mijn hartenklop. Ik genoot van de borstvoeding, het gevoel “nodig te zijn”. Elk moment dat ik dicht bij mijn zoontje was, voelde ik me in de zevende hemel. 

Ik volgde netjes alle conventies voor jonge moeders: wees rustig en geduldig, minder kans op een huilbaby. Geef borstvoeding, beter voor de gezondheid. Laat je kindje tot zes maand in een bedje naast je slapen en zet het dan in de eigen slaapkamer, vanaf dan kan je ze ‘verwennen’. 

En ik dacht oprecht: zo hoort het toch?

Mijn leven kabbelde onbewust onbekwaam verder en er was geen vuiltje aan de lucht tot er toch wat barstjes kwamen in dat kleine geluk.

Onderweg naar bewust onbekwaam: hij krijgt een eigen wil!

Onze zoon bleek een nogal sterke wil te hebben. Sommigen vonden zijn behoefte aan structuur ‘verdacht’. Emotieregulatie bleek niet zijn sterkste kant . Mijn mamazorgen groeiden. Ik vroeg me af op welke dump van de maatschappij mijn zoon zou eindigen? De driftbuien werden steeds heftiger en werden zelfs fysiek naar kleine broer en helaas ook mama en papa. 

Met een hart dat overstroomde van mamaliefde – want begrijp dit goed: ik heb mijn zoon altijd graag gezien en wat ik deed, deed ik enkel omdat ik dacht dat het goed was voor hem – en met alle opvoedingstips uit mijn magische rugzak trok ik ten strijde tegen zijn ‘ongewenst’ gedrag en meende ik te bouwen aan ‘gewenst’ gedrag: 

  • De 4-minutenregel werd ingevoerd om zoonlief te leren slapen: 4 minuutjes laten huilen, dan eens gaan kijken en geruststellen dat ik er nog was. Een duidelijk hulpmiddeltje en ik kon mezelf helemaal overtuigen van het feit dat het af en toe langsgaan volstond. 
  • Beloningssystemen werden op touw gezet. Want uit mijn opleiding had ik wel onthouden dat je met straf best omzichtig omspringt. Ik probeerde ‘de hoek’, maar die werd vakkundig opnieuw afgevoerd omdat hij er doodleuk uitliep. Bovendien had ik meer achtergrondkennis over beloningssystemen en positief opvoeden. In alle opvoedingsbijbels lyrisch bezongen. Dat voelde comfortabel en veilig.  
  • Ik zocht naar creatieve oplossingen voor het leren eten van groentjes, het bestrijden van bedmonsters, … dienden zich aan. Zolang hij maar at en zolang hij maar sliep als ik het wou. Want ik was de mama.

En dat waren helaas de fraaiere pogingen om met gedrag van mijn zoontje om te gaan. Minder fier ben ik op die keer dat ik stiekem iets harder dan nodig zijn truitje over zijn hoofdje trok omdat hij de hele dag het bloed van onder mijn nagels had gehaald. 
Of toen ik hem huilend achterliet met de woorden: “trek uw plan”, omdat ik ervan overtuigd was dat weggaan beter was dan slaan. 
Of toen ik tijdens de ochtendspits ontzettend boos werd om een omgestoten glas en het keuzedrama bij de schoenenkast, want we zouden wéér niet op tijd op school geraken. Dóór hem.
(Gelukkig heb ik intussen geleerd om mild te zijn naar mezelf en mijn handelen van toen. Ik deed toen met wat ik wist en kon. En met heel veel liefde).



Het dieptepunt van de leercurve: de put!

Zo worstelde mijn arme eerstgeborene zich door zijn kleuterjaren. 
En ik? Ik zag nauwelijks het probleem.

Mijn zoon had een probleem. 
Of was het probleem.

Het werd er niet beter op.
Mijn zoontje ging naar het eerste leerjaar. De overgang verliep vlot, al ontdekte de school wel wat onzekerheid en faalangst bij hem. Verder was hij – net als in de kleuterklassen – een droom van een leerling. Goed gemanierd, lief in de omgang, leergierig en betrokken. 

Thuis daarentegen ontsponnen zich dagelijkse drama’s: elke avond werd er letterlijk gevochten en geslagen. Niets of niemand was nog veilig: wat in de buurt stond, vloog door de lucht. Wie in de weg stond, deelde in de klappen. Driftbuien beheersten ons leven: de angst voor de volgende lag altijd op de loer. 

Soms zagen mijn man en ik geen andere oplossing dan onze zoon in de tuin te zetten voor een time-out. Ik schaamde me voor wat onze buren zouden denken. Ik schaamde me omdat ik mijn kind niet aankon.

Alle preventieve, positieve opvoedingstechnieken ten spijt liep het grondig mis. 

En toen kwam de druppel die de emmer deed overlopen: op een avond in zijn bedje zei mijn arme kleintje, nog net geen zes jaar: “ik haat mezelf”. In mijn hoofd gingen alle alarmbellen tegelijk af. 
Hier ging het niet meer om ‘lastig’ gedrag, maar om een gigantisch hard oordeel dat mijn kindje had tegenover zichzelf. 

En pas toen – hoe kan een mens zo blind zijn – snapte ik dat ik moest inzetten op het zelfbeeld van mijn kind in plaats van op het bijsturen van zijn gedrag.

De bewust onbekwame fase.

Daar lag ik dan, eenzaam op de bodem van mijn leerput: bewust onbekwaam. Ik wist dat ik iets moest doen, maar had geen idee wat. Hier had niemand me op voorbereid. Niemand aan wie ik hulp vroeg, had een antwoord. Of ik was op dat moment niet in staat om het ontvangen antwoord te begrijpen. 

Wat ik wel hoorde, was de steeds luidere suggestie uit mijn nabije omgeving om mijn zoontje therapie te laten volgen. “Om te leren hoe hij met zijn emoties moet omgaan”. Ten einde raad, meldde ik hem aan bij een multidisciplinair centrum in de buurt.  

Hoe langer hij naar de therapie ging, hoe meer hij ervan overtuigd raakte dat er iets mis was met hem. Dat hij het probleem was. Dat hij ons tot last was. Maanden later lag ik nog steeds op de bodem van de put. Of als het even kan, nog een beetje lager: ik wou mijn kind helpen en tegen beter weten in had ik het weinige zelfvertrouwen dat hij nog had verder onderuit gehaald. 

Toen ik de suggestie kreeg om hem te laten ‘testen’. Iets roerde zich diep in mij. De moederleeuwin in mij werd wakker. Ik kende mijn kind: mijn prachtige jongen met zijn groot empathisch vermogen, zijn zachte karakter en zijn enorme prikkelgevoeligheid. Alles in mij schreeuwde uit dat mijn zoon geen label nodig had én dat ik aan een label niets zou hebben bij het aanpakken van een volgende crisis. 

Voor het eerst in mijn leven keek ik in de spiegel en kon zien wat moest gezien worden. Een label zou mij een excuus geven, om niet zelf aan de slag te moeten.

Ik zag mijn eigen vastgeroeste, niet passende denkpatronen.
En ik kwam ertegen in verzet. We stopten de therapie. 

De nacht dat ik dat alles bedacht, was ook de nacht waarin me plots heel helder voor de geest kwam dat niet mijn zoon, maar ik het probleem was: 
mijn kijk op de dingen en de door mij gekozen strategieën. 
Het feit dat ik de verbinding met mezelf ergens onderweg was kwijtgespeeld.



Ik lag nog steeds onderaan de put, maar voor het eerst wist ik met grote zekerheid in welke richting ik best zocht om mijn zoon te wapenen met een gezonde dosis zelfvertrouwen. 

Ik keek in de spiegel en zag en grote, vette pijl richting mezelf. 
Ik werd bewust onbekwaam, met een missie.

De bewust bekwame fase.

Ik verdiepte me in de verbindende communicatie van Marshall Rosenberg.
Ik las boeken van Berthold Gunster over omdenken.
Ik volgde een opleiding om talentgericht te leren kijken naar kinderen.
Ik leerde het verschil kennen tussen een growth mindset en een fixed mindset.
Ik ontdekte onvoorwaardelijk opvoeden en aware parenting.

Ik begon aan mijn klim omhoog. En ik klim nog steeds, weg uit mijn put. 
Ik oefen nieuwe vaardigheden, ik lees boeken, ik volg cursussen,…

Ik maak fouten, glijd een beetje terug en krabbel verder omhoog.
Want ik heb fouten leren zien als groeikansen. 

Soms lukt het me niet om verbindend te zijn, 
maar ik oefen nadien hoe ik het had willen doen
en ik weet dat ik ook daardoor groei.
Ik leerde dat een welgemeende sorry ultiem is om de verbinding te herstellen.

Ik probeer te aanvaarden dat niemand ooit 100% verbindend kan zijn.
Dat lukt me steeds beter.

Ik vergeet soms nog achter het gedrag van mijn zoon te kijken,
en boei me nog steeds op in de verpakking van zijn boodschap,
maar dan kijk ik in de spiegel en vraag: 
wat zegt het me over mezelf?

En soms – heel typisch voor deze fase – slaat de twijfel toe:
Was mijn vroegere aanpak niet gemakkelijker en beter?
Maak ik wel de juiste keuzes als ik tegenspreek wat de maatschappij me schijnt in te fluisteren?
Ben ik niet te soft? Wat gaat dat later geven?

Desondanks klim ik toch nog steeds verder weg van het dieptepunt. Die put in mijn leercurve, waarvan ik twee jaar geleden op de bodem lag.
Ik klim steeds hoger.
Ik beheers het beter.
Ik heb mezelf veranderd. 
Ik groei nog steeds van ‘perfect volgens het boekje’, naar ‘goed genoeg’ voor mezelf en míjn fantastisch kind.



Ik kan nog niet van mezelf zeggen dat ik al onbewust bekwaam ben. Maar net dat maakt het zo waardevol om het op dit moment te delen. Want nu wéét ik nog, hoe ik het doe en welke inzichten me het meeste helpen om te blijven groeien naar meer verbinding!

Maslow en de magie van het mama-zijn.

En zo heb ik – niet door mijn opleiding pedagogie – maar wel door mijn eigen leerproces als mama, ontdekt dat Maslow nuttige dingen te vertellen had.

Ik leerde dankzij zijn theorie dat het de moeite waard om tijdens de moeilijke bewust bekwame fase door te zetten, ondanks de twijfels en ondanks de tegenslagen en het ‘nog niet kunnen’. 
Ik ben zo dankbaar voor alles wat op mijn groeipad kwam. 

Doordat ik twee jaar geleden in de spiegel keek en besloot dat het tijd was voor wat zelfwerk, werd mama-zijn mama-magie voor mij. Nu kan ik oprecht en intens genieten van de mooie, maar ook de moeilijke momenten met mijn twee zonen. En dat… is magisch.


Over de schrijfster

Ik ben Evelien, al acht jaar mama van Hannes en bijna zes jaar van Thijs. Ik ben gelukkig getrouwd met mijn jeugdliefde, beste vriend, steun en toeverlaat. Ik hou van zinvol bezig zijn, van dromen, van groei creëren bij anderen en bovenal van schrijven. Naast mijn werk heb ik daarom een blog, waar ik mijn mama-ei ongegeneerd kan leggen én mijn steentje bijdragen aan meer verbinding in de wereld. Want waar het hart van vol is…  

Volg mijn blog op: Mamamagie

Volg mij ook op Facebook: Mama Magie


Vond je deze blog fijn om te lezen? Je doet me een groot plezier om hem te ‘liken’ en delen!

Wil je zelf ook meewerken aan de reeks bewust maar niet perfect ouderschap? Dat kan! Neem even contact met me op en ik geef je meer informatie.

Meer over goed genoeg ouderschap op deze blog

Lees hier mijn gastblogs rond goed genoeg ouderschap 
voor VIVA-SVV



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.