Mijn kind zegt vaak: “Ik kan dat niet”, hoe kan ik als ouder helpen?

Ik, maan, roos, vis. Zover zitten we deze avond bij leren lezen van mijn oudste dochter. 4 woorden op 2 weken. Nog geen 2 weken zelfs! ‘Mama ik kan hakken en plakken! I-K, IK”. Zo kwam ze de eerste schooldag thuis. Vol trots en overgave met haar eigenste klik-klak boekje dat volgens de juf veel centjes had gekost. We gingen vol goede moed het weekend tegemoet want we hadden een eersteklasser in huis.

Je moet oefenen

In week 2 ging het plots niet meer zo vlot. Maandag was er al een woordje bijgekomen en we konden nu nieuwe woordjes vormen. Het hakken ging wel maar het plakken was een hel. Op dinsdag en woensdag kwam het dieptepunt. Een huilende dochter bij het huiswerk. ‘Ik kan dat niet. Ik wil dat niet meer doen.’ Wat begon als een leuk spelletje was nu pure ernst. Alle kinderen deden hun stinkende best. Bij de ene lukte het al wat beter als bij de andere. Mijn dochter hoorde hoe sommige kinderen al goed weg waren met de letters en woordjes en begon te panikeren. ‘Ik kan dat niet’. ‘Maar Nora dat is toch normaal dat je dat niet ineens kan. Je moet dat oefenen’. Ik herinnerde me plots haar leren fietsen.

Ze was 4 toen we de stap zetten om haar een nieuw fietsje met trappers te geven. Ze reed heel vlot op haar loopfiets en leek er klaar voor. Niets was minder waar. Hoewel ze effectief ettelijke honderden meters alleen kon fietsen, bleef ze herhalen ‘ik kan niet fietsen’. Toen we beslisten het los te laten werd er ook effectief een half jaar niet meer over fietsen gesproken. Mijn dochter nam voor alles haar step en ze keek haar fiets amper aan, vroeg er nooit naar en het leek haar niet eens te kunnen schelen of ze nu kon fietsen of niet. Aan het einde van de derde kleuterlas leek het ineens terug haar aandacht te grijpen. “Mama, die kan al fietsen en ik nog niet”. “Die komt altijd met de fiets naar school”. “Kijk mama, dat kindje van mijn klas heeft al zo’n grote fiets”. Blijkbaar kon het haar toch wat schelen dat ze nog altijd niet kon fietsen – want daar was ze wel nog altijd van overtuigd ‘ik kan het niet’.

q10068img1

Van een fixed naar een variabele mindset

Dit is dan wat ze noemen een fixed mindset. Mijn dochter kijkt naar de vaardigheid ‘fietsen’ en ziet het als een vast geheel. Als je kan fietsen, dan stap je op je fiets en ben je weg. Je kan het of je kan het niet. “Aangezien ik niet op mijn fiets kan stappen en weg kan fietsen, kan ik niet fietsen”. Dit is heel zwart wit denken. Zo’n soort denken waarmee je wel eens in de knoei kan komen. Je kan iets of je kan iets niet. Het weerhoudt je dan ook om het te proberen, te oefenen en op te bouwen. Want wat voor zin heeft het, ik kan het toch niet. Ik probeer het en kijk ik kan het niet. Ik kan niet wegfietsen als ik op mijn fiets ga zitten.

Er is weldegelijk een alternatieve manier van denken die ervoor kan zorgen dat je wel nieuwe dingen kan leren, nl leren met een variabele mindset. Denk maar eens aan hoe baby’s leren lopen vanuit hun instinct. Door te oefenen en met het opbouwen van kleine vaardigheden te komen tot het uiteindelijke lopen. Eens je dat onder de knie hebt, kan je jezelf nog leren beter worden. Sneller, met bochtjes, stoppen en doorgaan. Het lopen op zich wordt gezien als een groter geheel van allemaal aparte vaardigheden. Eerst leer je zitten. Daarvoor moet je je hoofd kunnen rechthouden. Als je dat kan begin je te oefenen om recht te staan. Dan wandel je wat langs de meubels. probeer je wat pasjes. En als dat allemaal lukt kan je effectief beginnen stappen. Een baby zal ervoor zorgen dat hij elke aparte vaardigheid goed onder de knie heeft. En zo stilaan opbouwen naar zijn doel: stappen. Door het geheel op te splitsen in allemaal kleine deeltjes is het plots ook niet meer zo een berg waar je tegenaan kijkt. Het is veel toegankelijker, je zet je er makkelijker aan en de verwachtingen hoeven nu ook niet meer torenhoog te zijn. Je doet elk stapje met een keer en zet pas de volgende als je er klaar voor bent.

Ik gids mijn kind door mijn eigen prestatiedrang los te laten

Hoe maak je nu een kind duidelijk dat ze haar manier van denken moet aanpassen? En vooral, hoe doe je dat zonder je eraan te ergeren dat ze zo vast zit in haar eigen denken? In de eerste plaats door het gevoel van aandringen en presteren los te laten, dat is een soort van innerlijk proces waar je door moet. Maar ook door het voor te doen, door erover te praten. Als ik vertel dat mama en papa ook niet alles zomaar kunnen, dat we ook veel oefenen om nieuwe dingen te leren, dan staat ze bijna verbaasd te kijken. Dat ziet ze niet in het dagelijkse leven dus ik maak er haar nu ook meer attent op. Verder ook door haar te laten falen en evengoed slagen in de kleinere dingen. We hebben samen het fietsen onderverdeeld in kleine stukjes: eerst fietsen terwijl mama je vast heeft, dan laat ik je al eens los. Daarna leren vertrekken, en dan de twee aan elkaar koppelen. Eerst korte stukjes fietsen, tot aan de paal, tot aan de hoek en terug, daarna blokje rond en zelfs verder. Op 1 dag was ze ermee weg. Nu zijn we 4 maanden verder, heeft ze een grotere fiets en fietst ze met gemak een kilometer of 3 aan 1 stuk. Het oefenen en anders denken was voor haar – en voor mij – een grote uitdaging. Ze heeft als baby nooit veel geoefend of moeten oefenen om dingen goed te kunnen en uit die ervaring leerde ze natuurlijk dat je iets kan of iets niet kan. Een tussenweg is voor haar moeilijk te zien.

IMG_20170831_144631

Het blijkt ook zo te zijn dat wij als mens voor verschillende vaardigheden, verschillende mindsets kunnen hanteren. Voor de dingen die je niet interesseren of waar je niet meteen talent voor hebt, zal je eerder een vaste mindset hanteren. Je begint er zelfs niet aan. Voor de dingen die ons wel interesseren, die we graag doen en waar we al een soort aanleg voor hebben, zullen we dan eerder een variabele mindset hanteren. Je zal meer in niveaus van presteren denken en jezelf altijd hoger willen tillen. Het is dan ook een aardige denkoefening om daar als volwassene eens bij stil te staan en vooral om dat eens proberen om te buigen.

Nu even terug naar het leren lezen. Dat oefenen, dat blijven oefenen van kleine vaardigheden tot het geheel wat begint te lukken, daar heeft mijn dochter het dus moeilijk mee. Ik vond het bijna jammer da ze na dag 5 ineens de pak van het plakken beet had. Want ik had haar nog wat meer willen begeleiden in het oefen en faal proces. Het lezen an zich lijkt haar ook minder te interesseren dan bijvoorbeeld het rekenen. Voor de splitsoefeningen ging ze al zelf aan de slag en maakte ze zelf variaties op haar opdrachten, zonder dat ik ze moest suggereren. Voor het lezen zullen we aandachtig moeten blijven op het proces dat ze in haar hoofd doorgaat. In mijn ogen is dit een belangrijk leerproces voor de rest van haar leven. Voor mij zit hier ook een grote uitdaging: loslaten van presteren en samen met haar groeien in een variabele mindset. Dat presteren dat komt later wel. Dat moet ze zelf willen en doen. Ik ben alvast haar meest trouwe gids!

IMG_9511

 


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.